Warming up paard

Elke training begint met een warming-up. Maar wat is nou een goede warming-up? Waar moet je goed opletten en wat zijn de misvattingen over de warming-up? Horselistening zette de vijf belangrijkste ingredienten voor een goed warming-up op een rijtje.

Mensen denken soms omdat hun paard ‘koud’ begint aan de training dat de warming-up langzaam en op een laag pitje moet gebeuren. Ze denken dat het lang duurt voordat het lichaam van hun paard opgewarmd is en doen het daarom heel rustig aan.

Het belangrijkste doel

We willen allemaal dat ons paard verbetert in de training. Het is de bedoeling dat hij atletischer wordt, nieuwe vaardigheden leert en steeds meer kan verzamelen. Veel van onze eigen ontwikkeling als ruiter komt door het streven naar onze persoonlijke doelen en het voorbereiden op wedstrijden. Deze stappen zijn essentieel.
Maar er is één ding waar goede ruiters elke dag opnieuw mee bezig zijn, ongeacht hun persoonlijke doelen en wedstrijden en dat is dat zij hard werken aan hoe hun paard ‘gaat’. Want een goede balans en verdeling van zijn gewicht dragen bij aan hoe lang een paard meegaat in de sport.

Waarom het niet ‘rustig aan’ moet in de warming-up

Ondanks alle beste bedoelingen is een paard dat niet correct beweegt een paard dat zichzelf schade doet. Want een paard dat zijn achterhand niet goed gebruikt heeft meer moeite om het ruitergewicht te dragen. Een paard dat niet actief van achteren naar voren wordt gereden maakt kortere passen en heeft een holle rug. Overgangen zijn dan traag en hij wringt zich door wendingen. Zijn lichaam is niet heel soepel. Probeer het juiste tempo te vinden om je paard goed op te warmen, het is niet de bedoeling om te traag óf juist te agressief en snel te rijden. Je moet de gulden middenweg zien te vinden.

Vijf ingredienten

Het doel van de warming-up is niet alleen om de bloedcirculatie te stimuleren en de spieren op te warmen. Het is ook bedoeld om het paard zo goed mogelijk zijn ruiter te laten dragen met een zo goed mogelijke balans, én om gehoorzaamheid te krijgen. Pas als het paard goed beweegt kan de training echt beginnen.

Energie

Energie is één van de essentiele dingen in het rijden. Het is niet de bedoeling dat je paard snel gaat bewegen, maar juist dat je energie naar voren opwekt en dat dan met behulp van halve ophoudingen in je paard houdt zonder dat hij sneller gaat. Die energie moet grotere passen, een verende rug en verende beweging opleveren.

Bovenlijn gebruik

Een paard dat zijn bovenlijn gebruikt kan ook soepel zijn in zijn rug. Op die manier kan hij zijn ruiter beter dragen. Zijn rug is als het ware iets opgebold en vormt een brug tussen zijn achterhand en zijn voorhand.

Buiging

Elk paard heeft een stijve kant, maar het heeft geen zin om hem ronde na ronde te laten lopen zonder dat je daar wat aan doet. Werk dus al in je warming-up aan buiging naar links en rechts. Een paard dat soepel is heeft een betere balans.

Rechtheid

Een paard dat naar twee kanten kan buigen kan ook rechtuit gaan. En rechtuit betekent dat zijn achterbenen in hetzelfde spoor bewegen als zijn voorbenen. Alhoewel rechtgaan absoluut een streven moet zijn kan het wel lang duren voordat je het echt beheerst met je paard.

Ritme

Last but not least is het ritme van de beweging van je paard heel erg belangrijk om aan te werken in de warming-up. Elke oefening en elke vaardigheid bouwt verder op het juiste ritme van de beweging. Soms iets sneller, soms iets langzamer, maar vooral het juiste ritme voor je paard.

Je warming-up kan een kwartier duren, maar er kunnen ook dagen zijn dat het veel langer duurt dan je verwacht. Begin altijd met uitgebreid losstappen. De tijd die je spendeert aan het verbeteren van het loswerken en ‘gaan’ van je paard is altijd belangrijk en waardevol.

Na de warming up....

Op het moment dat we het paard aan het warm draven zijn gaan we kijken of het paard wat wil gaan zakken in de hoofd hals houding. Doordat het paard wat gaat zakken met de hals zal ook het gedeelte van de rug wat omhoog komen wat onder het zadel zit. Zodat het paard de ruiter beter kan dragen. Het is belangrijk dat het paard zijn hals buigt over al zijn 7 halswervels. Je ziet vaak dat een menpaard hoog in de houding loopt met het hoofd daardoor gebruikt hij de rug vaak minder omdat er meer spanning in het stukje vlak acht er de oren zit. Wanneer ze de rug beter gebruiken zullen ze ook de hele bovenlijn beter gebruiken . De Spier vlakbij de oren tussen de 1 en 2de halswervel zetten ze vast wanneer ze de hals er wat hoog op zetten en wat knikken in de nek. Dit gebeurt ook bij het dressuurpaard wat in de krul getrokken wordt. Hij zal dan gaan knikken in de nek en gebruikt zijn lichaam niet meer op de goeie manier. Op dat moment zet ze die vast en gebruiken ze de rug veel minder. Is het paard meer nageeflijk dan ontspannen ze die spier meer waardoor ook de rest van de halsspieren langer worden en meer aan het werk zijn waardoor je automatisch ook de rug spieren aan het werk zet.

Het paard is  een heel keten van spieren.

Dat begint van achter uit de achterhand. Door het paard achter te activeren train je de bilspieren.

Je traint de spieren die boven op de bil zitten maar ook de spieren die aan de achterkant lopen die helpen bij het afzetten en de spieren aan de zijkant de zorgen voor de afdruk en het strekken dan de knie.

Hoe kun je die bilspieren nu heel goed trainen?

Door heel veel overgangen te rijden. Je paard wordt meer gehoorzaam maar je zorgt ook voor de aanspanning van de spier. Als je een overgang maakt van de stap naar de draf waarbij de draf een gang is et ene zweef moment waarbij het paard zich meer van de grond af moet drukken. Dus behalve waarbij je vraagt dat het paard zijn bekken meer moet kantelen en het heup gewricht te buigen en spieren aan te spannen en meer afdruk naar achteren te krijgen. De grote bilspieren die boven op zitten hebben meerdere functies en meerdere lagen. Die zorgen voor het naar voren brengen van het achter been en voor het naar achter brengen van achter been. wat is nou een leuke oefening om te doen om je paard wat meer te laten doen met z’n benen. Leg een aantal balkjes neer in een waaier. Op deze manier kan je het paard vragen om eerst een kortere pas te maken door over het smalste stuk van de waaier te stappen of draven, vervolgens stap of draaf je over het wijder uitelkaar liggende stuk.

De galop is heel goed om het paard wat losser te maken in de lendenen ook voor paarden die wat stijf zijn in de rug is galop werk gewoon heel erg goed. Ook train je bij het aanspringen goed die bilspieren wil je je paard dus wat meer bilspieren laten krijgen zou je dus regelmatig het aanspringen kunnen gebruiken om die bil wat ronder te krijgen.

Verder is het goed om wat zijgangen te rijden en niet alleen omdat in het L1 gevraagd wordt maar ook omdat het gewoon goede oefeningen zijn om te doen. Je kunt beginnen met wat schouderbinnenwaarts en wijken dat zijn de eerste zijgangen die gevraagd worden. Schoudervoor/schouderbinnenwaarts is er voor om het paard wat soepeler te maken in de wervel kolom dat zijn allemaal gewrichten. We hebben niet alleen de spieren van de romp maar ook de benen. Hij moet zijn benen wat onder het lichaam zetten. Pak je een schouderbinnenwaarts naar links moet het paard zijn linker achterbeen wat verder onder het lichaam zetten. De spieren die daarvoor verantwoordelijk zijn die zitten aan de binnenzijde van zijn achterbeen en de spieren die er voor zorgen dat het rechterachterbeen naar buiten geplaatst worden zitten aan de buitenzijde van het achterbeen op zijn dijen. Het paard moet het binnenachterbeen wat meer laten dragen waardoor de spieren boven het kniegewricht aangespannen worden. Heb je een paard met een blessure aan de knie of probleem aan de knie kun je de spieren toch trainen om hem sterk te houden. Doe dit met beleid wanneer het paard dat niet gewend is of nog nooit gedaan heeft. Bij het wijken wordt het buiten voorbeen naar buiten geplaatst en het binnenvoorbeen naar binnen geplaatst De spieren die hiervoor verantwoordelijk zijn bij het binnenbeen de spieren die tussen de voorbenen zitten en bij het buitenbeen de spieren die aan de buitenzijde bij de schouder zitten.


Cooling down

Afkoelen is even belangrijk als opwarmen: na het trainen moet het lichaam van het paard geleidelijk kunnen terugkeren naar de oorspronkelijke toestand van rust.

Bij een zware inspanning stijgt niet alleen de hartfrequentie en de lichaamstemperatuur, maar ook het melkzuurgehalte in het bloed (bij inspanningen boven de anaërobe drempel). Door de bewegingen rustig af te bouwen gebeurt het volgende in het lichaam van het paard:

  • De afvalstoffen (melkzuur) worden afgevoerd;
  • De spieren komen weer tot rust;
  • Het paard komt weer op adem;
  • De lichaamstemperatuur daalt;

Na een wedstrijd zie je soms dat er abrupt gestopt wordt met iedere activiteit. Plotseling stoppen na een zware inspanning kan spierklachten veroorzaken, omdat de melkzuurconcentratie niet voldoende kan dalen. Na een zware inspanning mag ook niet onmiddellijk gestopt worden om geen te felle bloeddrukval te krijgen bij het onderbreken van de inspanning. De cooling down is dus even belangrijk als de warming up.

Alle oefeningen die zorgen voor een optimaal herstel na de sportinspanning kunnen dienen voor de afkoeling:

  • Het paard met een langere teugel voorwaarts neerwaarts laten lopen in draf en in stap zodat de bovenlijn gestretcht wordt.
  • Het rijden van een schouderbinnenwaarts in een voorwaarts neerwaartse houding waarbij het paard in de lengte moet buigen en stretchen.
  • Uiteindelijk het paard met lange teugel uitstappen totdat het paard op adem is, de ruiter kan hierbij ook naast het paard lopen.
  • Een rondje ’’buitenom’’ door het bos of om de manege heen is natuurlijk ook een goede manier om het paard ’’af te koelen’’.

De totale duur van een cooling down is ongeveer 10 minuten voor een matig zware inspanning. Als actief hersel na wedstrijden of trainingen met zware inspanningen geleverd worden, is een cooling down van 20 minuten nodig.